Highlights
Welcome to LeidenGlobal. Check out our highlights.

4kant-dh-actualiteitencollege-vliet

Arbeidsmigratie: wat brengt Prinsjesdag?

22 september 2026

Op 14 september jl. gaf hoogleraar economie en expert op het gebied van arbeidsmigratie Prof. dr. Olaf van Vliet een actualiteitencollege in Den Haag over het thema “arbeidsmigratie”, en welke beleidsmatige verschuivingen er op dit vlak mogelijk zijn met het oog op Prinsjesdag.  

Prof. van Vliet gaf een korte uitleg over het begrip ‘arbeidsmigratie’. Dit is een containerbegrip voor verschillende typen arbeidsmigranten, zoals kennismigranten die bij ASML werken en EU-migranten die in de kassen van het Westland werken.

Vervolgens besprak prof. Van Vliet de trends in arbeidsmigratie. De meeste arbeidsmigranten in Nederland komen uit andere EU-landen. Zij werken vooral in de landbouw, veeteelt, distributiecentra en vergelijkbare sectoren die minder geliefd zijn onder de Nederlandse bevolking. Deze vorm van arbeidsmigratie is in 2004 in een stroomversnelling gekomen, toen de EU zich uitbreidde met de toetreding van Cyprus, Malta en een aantal voormalige Oostbloklanden. Destijds werd binnen de Haagse politiek gevreesd voor verdringingseffecten op de Nederlandse arbeidsmarkt. Dit bleek later echter in vrijwel alle sectoren niet het geval te zijn.

En wat zijn de economische effecten van deze arbeidsmigratie op Nederland? Volgens de statistieken van Prof. Van Vliet zorgt arbeidsmigratie voor meer maatschappelijke welvaart. De tot nog toe verzamelde statistieken over deze economische effecten geven echter mogelijk een ietwat vertekend beeld. Het gaat namelijk vaak om jonge arbeidsmigranten. Zij zullen na verloop van tijd grotere druk uitoefenen op de sociale zekerheid. 

Wel neemt de druk op de sociale zekerheid vanuit de Nederlandse bevolking sterker toe dan vanuit arbeidsmigranten. Het bedrag dat Nederlanders t.o.v. arbeidsmigranten aan toeslagen ontvangen, ligt hoger. Zelfs na correctie op leeftijd en andere factoren is er een positief verschil van arbeidsmigranten t.o.v. Nederlanders in nettobijdrage aan de overheid over de gehele linie.

Echter zijn er binnen Nederland wel “verdelingseffecten” zichtbaar ten gevolge van arbeidsmigratie. De kosten en baten van arbeidsmigratie zijn bijvoorbeeld onevenredig over de Nederlandse bevolking verdeeld. Zo komt het vaak voor dat arbeidsmigranten die in een gemeente werken, komen te wonen in een naastgelegen gemeente. Hierdoor geniet bijvoorbeeld de ene gemeente belastinginkomsten, terwijl de druk op de huizenmarkt in de andere gemeente toeneemt. Daarnaast profiteren vooral bedrijfseigenaren van deze arbeidsmigratie, en niet de “gemiddelde Nederlander”.

Tot slot behandelde Prof. Van Vliet de beleidsinstrumenten die het kabinet tot haar beschikking heeft in relatie tot het inperken van de arbeidsmigratie, met het oog op Prinsjesdag. Het kabinet wil, zo blijkt onder meer uit haar regeringsverklaring, meer grip krijgen op arbeidsmigratie.
Op 10 september schreef minister Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bijvoorbeeld een brief aan het parlement. Hierin opperde hij het afschaffen van de inhoudingsmogelijkheid van huisvestingskosten op het minimumloon. Daarmee zouden werkgevers niet langer loon mogen inhouden op het salaris van arbeidsmigranten ten behoeve van huisvesting. Maar hoe krijgt dit kabinet “grip op migratie”? 

Verschillende groepen arbeidsmigranten vereisen een verschillend migratiebeleid. De eerste groep, namelijk arbeidsmigranten van buiten de EU, kan met “direct migratiebeleid” in haar aantallen gelimiteerd worden. De tweede groep arbeidsmigranten, arbeidsmigranten uit andere EU-landen (en Noorwegen, IJsland, Liechtenstein en Zwitserland), heeft geen verblijfs-en tewerkstellingsvergunning nodig om in Nederland te mogen wonen en werken. Deze groep zou met “indirect migratiebeleid” in aantal gelimiteerd kunnen worden. 

Omdat deze tweede groep arbeidsmigranten niet zomaar toegang tot de arbeidsmarkt geweigerd mag worden, is het volgens Prof. Van Vliet van belang dat het kabinet werkt met “cijfermatige bandbreedtes”: Men kan bijvoorbeeld kiezen voor een bandbreedte van tussen de 50.000 en 100.000 arbeidsmigranten van binnen de EU. Wanneer de boven limiet van zo’n bandbreedte wordt overschreden, kan het kabinet overgaan tot het weigeren nieuwe vergunningen te verstrekken aan bedrijven in sectoren waarin veel uit de EU afkomstige arbeidsmigranten werken. 

Bovendien kan men het soort arbeidsmigranten dat Nederland aantrekt bijsturen door “economisch structuurbeleid”. Men zou kunnen aansturen op het ontstaan van meer innovatieve bedrijven zoals ASML. Als laatste kunnen gemeenten nieuwe bedrijven weren met “ruimtelijk ordeningsbeleid”.

Tot ongeveer 5 jaar geleden ontbrak het aan duidelijke en betrouwbare gegevens over de arbeidsmigratie in Nederland. Door dit gebrek aan overzicht zijn de problemen rond arbeidsmigratie mogelijk in de loop der jaren groter geworden.

Prof. Van Vliet sloot het actualiteitencollege af met het argument dat de problemen rond arbeidsmigratie beter van elkaar gescheiden kunnen worden. Zo kunnen bijvoorbeeld de effecten op de arbeidsmarkt en de woningmarkt afzonderlijk worden bekeken. Dit maakt de problemen overzichtelijker en kan helpen om ze beter op te lossen.

Verslag door Alexander Rhodes, LeidenGlobal

back to overview