Highlights
Welcome to LeidenGlobal. Check out our highlights.

1776079348_4kant-dh-actualiteitencollege-1-

Digitale oorlogvoering in de Sahel: de invloed van sociale media

7 april 2026

Op dinsdag 7 april jl gaf antropologe en hoogleraar Afrikanistiek Mirjam de Bruijn (Universiteit Leiden en Afrika Studiecentrum Leiden) een Actualiteitencollege over de gewelddadige conflicten in de Sahel (West- en Centraal Afrika), die toenemend online worden gevoed en uitgevochten. Naar aanleiding van de vraag “Wat is de invloed van sociale media op de conflicten in de Sahel?” vertelt ze meer over de onderliggende verbanden.

Volgens De Bruijn, die al 30 jaar onderzoek doet in de Sahel-regio, kan vanaf het jaar 2000 een gelijk opgaande groei gemeten worden van de toename in mobiele telefonie en de toename in politiek geweld. Nadat het gebruik van Facebook in 2009 gratis werd aangeboden, is het gebruik van sociale media in de regio aanzienlijk vergroot.

Als gevolg van de toegenomen online aanwezigheid nam ook de onderlinge verbinding toe. Oorlog en conflict werden steeds meer online gedocumenteerd en wijdverspreid gedeeld. Het kijken naar deze extreme beelden is aantrekkelijk en werd langzaamaan een online verdienmodel als onderdeel van de zogenoemde ‘aandachtseconomie’: des te meer kliks een post krijgt, des te meer de maker hieraan verdient.

In de context van de Sahel, waarin verschillende bewapende groepen, lokale milities en jihadistische groeperingen vechten voor regionale macht, worden tegenstellingen tussen verschillende bevolkingsgroepen vergroot door middel van sociale media. Het gevolg hiervan is het vertellen van verhalen over onderlinge bondgenootschappen en het verscherpen van bestaande breuklijnen. Zo wordt het strijdtoneel zowel op de grond als online gevoed en uitgevochten.

Volgens De Bruijn worden deze uitvergrote online verhalen van conflict steeds populairder en domineren vaker het verhaal op sociale media. De online algoritmes zorgen ervoor dat deze beelden steeds meer getoond worden. Deze klikverhalen reizen naar legitieme mediaplatformen en staan zo steeds meer centraal in het medialandschap.

Omdat 65 procent van de bevolking in de Sahel onder de 25 jaar oud is, en er weinig werkmogelijkheden zijn, is er een groot gat waaruit gerekruteerd wordt voor bewapende groepen die de macht proberen te verkrijgen over een gebied. Deze verschillende groepen strijden voor hun steun en juist deze strijd wordt veelal online gevoed en uitgevochten. Ook de overheid gebruikt sociale media om macht te verkrijgen in rurale gebieden. In Burkina Faso, Niger en Mali wordt de vrije pers steeds meer gecontroleerd en aan banden gelegd.

De Bruijn doet veel onderzoek naar de Fulani-gemeenschap, een nomadisch islamitisch volk verspreid over de Sahelzone. Doordat sommigen hen bestempelen als jihadisten, ontstaan veel etnische tegenstellingen. Deze verhalen worden online gedeeld met de diaspora, waarbij woorden zoals “attack”, “killing” en “innocence” een narratief vormen waarin deze Fulani zich kunnen terugtrekken in een oppositiebubbel. Daarnaast draagt deze circulatie van referenties naar geweld bij aan de promotie van een pan-Fulani-identiteit onder de gemeenschap in de Sahel en de diaspora.

Tenslotte benadrukt De Bruijn dat wij allemaal medeplichtig zijn in digitale oorlogvoering door ons klikgedrag en moedigt ons aan hier bewuster mee om te gaan.

Verslag: Manal Daddah

Foto's: Fleur van Tellingen

back to overview